| Spelregels Leg het bord zo, dat het veld linksonder donker is. Er wordt op de donkere velden gespeeld. Wit begint. Een schijf mag één vakje schuin vooruit geschoven worden. Een schijf mag zowel vóór- als achteruit slaan. Een schijf die de overkant van het dambord bereikt, wordt een dam. Let op: als tijdens het slaan een schijf de damlijn passeert, blijft deze een schijf. Een dam mag vóór- en achteruit worden geschoven, zo ver als mogelijk is. Een dam mag voor- en achteruit slaan en hoeft niet direct achter de geslagen schijf te worden gezet. Slaan is verplicht. Meerslag gaat voor. Als met een dam en een schijf evenveel stukken kunnen worden geslagen, mag men kiezen. Damslag gaat dus niet voor! Pas na het slaan mogen de stukken van het bord worden genomen. Tijdens het slaan mag men niet tweemaal over dezelfde schijf. Wel twee keer over hetzelfde vakje. Raakt men een schijf of dam aan, waarmee een reglementaire zet kan worden gedaan, dan moet daarmee worden gespeeld. Een speler die nog wel stukken heeft, maar er niet mee kan spelen, heeft de partij verloren. Als er niet meer gewonnen kan worden, is de partij remise (gelijkspel). Daarvoor hoeft het aantal stukken op het bord niet altijd gelijk te zijn! |
|